Een tompouce is een zoet gebakje met room en een roze laag. Het is populair in Nederland, vooral op feestdagen..
De tompouce komt oorspronkelijk uit Frankrijk. Daar heet het gebakje millefeuille, wat duizend laagjes betekent.
In Nederland kreeg het gebakje een eigen naam en een roze bovenkant. Die roze kleur werd later ook oranje bij feestdagen zoals Koningsdag.
Veel mensen vinden het lastig om het netjes te eten. De room glijdt vaak naar buiten en dat geeft geknoei.
Er zijn veel manieren om een tompouce te eten. Sommige mensen halen eerst het roze dakje eraf.
Anderen snijden hem met mes en vork in stukjes. Weer anderen nemen gewoon een grote hap.
Ho kan je een tompouce eten en wat is nou de beste manier?
Daklichters halen eerst het roze dakje eraf. Daarna eten ze de rest met de room.
Sommigen eten het dakje eerst. Anderen bewaren het juist voor het laatst.
Prakkers drukken de tompouce een beetje plat. Zo proberen ze het makkelijker te eten.
Snijders gebruiken een mes en vork. Ze maken kleine stukjes en eten die rustig op.
Happers nemen meteen een grote hap. Dat gaat snel maar geeft vaak geknoei.
De room kan eruit schuiven. Dat maakt het lastig en soms een beetje rommelig.
Splitsers snijden de tompouce in twee delen. Zo krijg je twee gelijke stukken met room.
Dit is rustiger eten dan happen. Maar je hebt wel een mes nodig.
Zijliggers leggen de tompouce eerst op de zijkant. Daarna snijden ze hem in stukjes.
Sommige mensen happen ook van de zijkant. Dat kan nog steeds knoeien geven.
De drie-staps-mensen halen alles uit elkaar. Ze eten eerst de room en daarna de lagen.
Soms eten ze ook het roze glazuur apart. Het lijkt netjes maar duurt langer.
De omgekeerde daklichter werkt het best. Je haalt het dakje eraf en legt het onderop.
Daarna leg je de rest erop en eet je het als één geheel. Zo blijft alles beter zitten.