In de herfst zijn er weer volop stoofperen. Met dit makkelijke recept maak je ze zelf lekker zacht en zoet.
Stoofperen zijn speciale peren die je eerst moet koken. Ze zijn rauw erg hard en smaken vaak niet zo lekker.
In september en oktober worden de meeste stoofperen geplukt. Je kunt ze daarna nog maanden bewaren op een koele plek.
Tijdens het koken worden stoofperen langzaam zacht. Sommige soorten krijgen vanzelf een mooie rode kleur.
Je kunt ook rode bessensap gebruiken om ze extra rood te maken. Dat geeft de peren ook een lekkere zoete smaak.
Voor ongeveer vier personen heb je deze spullen nodig:
1 kilo stoofperen
500 ml rode bessensap
1 kaneelstokje
1 steranijs
2 eetlepels suiker als je dat lekker vindt
Een beetje water
Schil de stoofperen met een mesje of dunschiller. Laat de steeltjes zitten als je dat mooi vindt.
Zet de peren rechtop in een grote pan. Giet het bessensap erbij en voeg het kaneelstokje en de steranijs toe.
Doe er wat water bij als de peren niet bijna onderstaan. Voeg eventueel ook wat suiker toe.
Breng alles rustig aan de kook. Zet daarna het vuur laag en doe een deksel op de pan.
Laat de peren ongeveer twee tot drie uur zachtjes koken. Kijk af en toe of er nog genoeg vocht in de pan zit.
Prik met een vork in een peer om te voelen of hij zacht is. Is de peer nog hard, laat hem dan wat langer koken.
Je kunt stoofperen warm of koud eten. Ze zijn heerlijk bij het avondeten of als toetje.
Probeer ze eens met vanille-ijs of een beetje yoghurt. Bewaar de rest in een afgesloten bakje in de koelkast.
De bekende stoofpeer Gieser Wildeman kan tijdens het koken vanzelf mooi rood worden.