De prijs van benzine kan snel veranderen. Dat komt door de olieprijs, belasting en de kosten van het tankstation.
Benzine wordt gemaakt van ruwe olie. De prijs van die olie verandert bijna elke dag.
Is er veel vraag naar olie en weinig aanbod? Dan kan olie duurder worden en kan later ook de benzineprijs stijgen.
Ook de waarde van de dollar speelt een rol. Olie wordt vaak in dollars gekocht, waardoor de koers invloed kan hebben op de prijs.
Ruwe olie kan niet meteen in je auto. Eerst wordt de olie in een fabriek verwerkt tot benzine.
Daarna moet de benzine naar het tankstation worden gebracht. Ook dat kost geld.
Een groot deel van de prijs bestaat uit belasting. De overheid heft accijns en btw op benzine.
Accijns is een vast bedrag per liter. In 2026 is de accijns op benzine tijdelijk lager dan zonder de korting het geval zou zijn.
Over de prijs betaal je ook 21 procent btw. Daardoor gaat een flink deel van het bedrag aan de pomp naar de overheid.
Niet ieder tankstation vraagt dezelfde prijs. Een tankstation bepaalt zelf hoeveel het voor een liter vraagt.
In de prijs zitten ook kosten voor vervoer, reclame en het bedrijf zelf.
Daarom kan een pomp langs de snelweg een andere prijs hebben dan een pomp ergens anders.
De benzineprijs kan dus van dag tot dag veranderen. Vooral de olieprijs en de koers van de dollar kunnen voor veranderingen zorgen.
De overheid heeft ook invloed via de belasting. Zo geldt er in 2026 een tijdelijke korting op de accijns van brandstof.
De prijs op het bord bij een tankstation kan meerdere keren in korte tijd veranderen.