Egels hebben het steeds moeilijker in Nederland. Met een paar kleine dingen maak je jouw tuin een fijne plek voor een egel.
Egels leven graag in tuinen, parken en ander groen. Maar er zijn steeds meer wegen, huizen en tuinen met tegels.
Ook zijn veel tuinen netjes en dicht gemaakt met een schutting. Daardoor kan een egel minder goed van tuin naar tuin lopen.
Je kunt een egel helpen door een gat onder in je schutting te maken. Een opening van ongeveer 13 bij 13 centimeter is groot genoeg.
Zo kan de egel van jouw tuin naar de tuin van de buren lopen. Samen kunnen tuinen zo één groot gebied voor egels worden.
Een heel nette tuin is voor een egel niet altijd fijn. Laat daarom op een rustige plek wat bladeren, takken en hoog gras liggen.
Daar kan een egel slapen en zich verstoppen. Je kunt ook een speciaal egelhuis neerzetten.
Zet bij warm en droog weer een lage schaal met vers water neer. Geef een egel nooit melk, want daar kan hij ziek van worden.
Je hoeft een gezonde egel meestal geen eten te geven. Wil je toch wat geven, kies dan voor geschikt egelvoer of kattenvoer met vlees en geef niet te veel.
Egels zijn vooral actief als het donker is. Laat een robotmaaier daarom niet in de avond of nacht rijden.
Kijk ook goed in een hoop bladeren voordat je die opruimt. Er kan zomaar een egel onder zitten te slapen.
Een egel kan in een vijver vallen en er soms niet meer uit komen. Zorg daarom voor een schuine kant of een plank waar hij overheen kan lopen.
Gebruik liever geen gif tegen slakken en insecten. Egels eten zelf veel kleine dieren en helpen zo mee in de tuin.
Een egel kan tijdens één nacht enkele kilometers lopen op zoek naar eten en een fijne plek.