Katten lijken soms wel superhelden. Veel mensen zeggen dat een kat altijd op zijn pootjes terechtkomt.
Dat is niet helemaal waar. Katten kunnen vaak goed landen, maar niet elke val loopt goed af.
Katten hebben een bijzondere reflex. Die heet de oprichtreflex.
Hierdoor voelen ze snel wat boven en onder is. Tijdens een val draaien ze hun kop eerst. Daarna draait de rest van hun lichaam mee.
Katten hebben een heel soepel lichaam. Ze hebben geen sleutelbeen en een buigzame rug.
Ook zijn hun poten sterk. Bij de landing werken de poten als schokdempers. Zo wordt de klap kleiner.
De hoogte van de val maakt veel verschil. Bij een heel korte val heeft een kat soms te weinig tijd om zich om te draaien.
Bij een hogere val lukt dat vaak beter. Onderzoekers zagen zelfs dat sommige katten een val van grote hoogte overleefden.
Toch kunnen ze daarbij nog steeds botbreuken of inwendige verwondingen oplopen.
Als katten sneller vallen, bereiken ze op een gegeven moment hun hoogste snelheid.
Daarna ontspannen ze hun lichaam een beetje en spreiden ze hun poten. Zo ontstaat meer luchtweerstand en wordt de val iets afgeremd.
Kittens leren deze bijzondere reflex al snel. Rond drie weken is de reflex al te zien.
Als een kitten ongeveer zeven weken oud is, werkt de oprichtreflex meestal helemaal goed.
Ook al kunnen katten vaak goed landen, een val blijft gevaarlijk. Niet iedere kat komt zonder letsel weg.
Vooral katten met overgewicht kunnen zich minder goed omdraaien in de lucht.
Woon je in een flat of een hoog huis? Zorg dan voor horren of speciale raambeveiliging. Zo verklein je de kans dat je kat naar buiten valt.
Is je kat toch gevallen? Ga dan altijd zo snel mogelijk naar de dierenarts. Sommige verwondingen zie je niet meteen aan de buitenkant.
Een kat gebruikt zijn staart niet om zich om te draaien tijdens een val, maar vooral om zijn evenwicht te bewaren.