Langs de Nederlandse kust staan veel mooie vuurtorens. Ze helpen al honderden jaren om schepen veilig de weg te wijzen.
Vroeger waren vuurtorens heel belangrijk voor iedereen die op zee voer. Ook nu zijn ze nog steeds van grote waarde.
De eerste vuurtorens waren geen hoge torens met een lamp. Mensen maakten grote vuren op een heuvel of een stenen bouwsel.
Later kwamen er stevige stenen vuurtorens. Eerst brandden er olie- of kolenvuren en daarna kwamen sterke lampen met grote lenzen. Tegenwoordig werken de meeste vuurtorens automatisch.
Schepen gebruiken nu vaak GPS en digitale kaarten. Toch blijven vuurtorens belangrijk.
Ze geven een duidelijk licht als er een storing is aan boord. Ook heeft elke vuurtoren een eigen patroon van flitsen. Zo weet een schipper precies waar hij is.
Vuurtorens waarschuwen ook voor ondiep water, zandbanken en andere gevaren. Sommige vuurtorens helpen zelfs nog bij het begeleiden van het scheepvaartverkeer.
De Brandaris op Terschelling is de oudste werkende vuurtoren van Nederland. Deze toren staat er al sinds 1594.
Op Texel staat de rode vuurtoren Eierland. Vanaf de toren heb je een prachtig uitzicht over de zee.
In Zeeland staat het bekende Westerlicht met de rood-witte strepen. Ook 't Hoge Licht in Westkapelle helpt schepen al heel lang veilig langs de kust.
Op Schiermonnikoog staat de Noordertoren. Deze rode vuurtoren is dag en nacht actief.
Vuurtorens zijn niet alleen handig voor de scheepvaart. Ze horen ook bij de geschiedenis van Nederland.
Veel mensen bezoeken een vuurtoren tijdens een dagje uit of vakantie. Ze genieten van het uitzicht en leren meer over het leven aan zee.
De Brandaris op Terschelling brandt al meer dan 430 jaar en is nog steeds in gebruik.