Wc-papier is nu heel gewoon. Maar vroeger was dat heel anders.
Mensen hadden vroeger geen wc-papier. Ze gebruikten stokjes, bladeren of zelfs scherven.
In Japan gebruikten ze vroeger dunne stokjes. De Romeinen gebruikten een spons op een stok.
Andere volken gebruikten gras, hooi, bladeren, potscherven of kokosnootschillen.
In China gebruikten mensen als eersten papier. Dat was al rond het jaar 589.
Er is een oud schrift gevonden. Daarin schreef een man dat hij geen belangrijk papier durfde te gebruiken. Zo weten we dat het wc-papier toen al bestond.
Papier was duur en niet voor iedereen. Alleen rijke mensen en de keizer hadden vroeger speciaal wc-papier.
Er werden voor hen honderdduizenden vellen per jaar gemaakt. Dat was echt luxe in die tijd.
Later gebruikten mensen kranten. Ook oude boeken waren populair op het toilet.
Dat bleef lang zo. Pas later kwam er echt wc-papier voor iedereen.
In 1857 kwam speciaal wc-papier te koop. Dat was nog duur voor veel mensen.
En je had soms dat er nog een splinter in het papier zat.
Later kwam papier op rol. En in 1932 werd het eindelijk zonder splinters gemaakt.
Vandaag is wc-papier overal te koop. Het is zacht en soms zelfs met plaatjes.
We kunnen bijna niet meer zonder. Het is een belangrijk product geworden dat we elke dag gebruiken.
Dat zag je ook in 2020. Toen kochten mensen in paniek veel wc-papier omdat ze bang waren dat ze zonder zouden komen te zitten.
Dat was in de tijd dat er corona was. De schappen waren toen vaak leeg.
In de Tweede Wereldoorlog bestond er wc-papier met afbeeldingen van vijanden erop.