De Nationale Tuinvogeltelling is een groot telmoment in Nederland. Mensen tellen een halfuur vogels in hun tuin of op hun balkon.
Dat doen ze in januari. De telling wordt georganiseerd door Vogelbescherming Nederland. Door samen te tellen weten we hoe het met vogels gaat.
De telling laat zien welke vogels vaak voorkomen. Ook zien onderzoekers veranderingen over de jaren.
Veel waarnemingen laten zien dat er nog veel vogels in tuinen zijn. Dat is goed nieuws.
Je kiest een moment en telt dertig minuten. Je telt alleen vogels die landen.
Vogels die overvliegen tellen niet mee. Daarna geef je je telling door.
Dit zijn de vijf meest geziene tuinvogels.
Deze vogels voelen zich thuis bij mensen. Ze vinden eten en schuilplekken in tuinen.

De huismus leeft graag in groepen en maakt soms wel tien nestjes dicht bij elkaar in één straat.
De grote aantallen laten zien dat veel tuinen geschikt zijn. Meer groene tuinen helpen vogels.
Denk aan struiken en minder tegels. Zo gaat het met veel soorten beter.
De resultaten van de telling worden goed bekeken. Zo zien experts waar vogels het goed doen en waar hulp nodig is.
Met deze kennis kunnen tuinen en wijken groener worden gemaakt. Dat helpt vogels nu en later.
De koolmees staat al jaren bovenaan als meest getelde tuinvogel.