Epilepsie is een ziekte van de hersenen. Bij epilepsie werkt de stroom in de hersenen soms even niet goed.
Je hersenen geven dan verkeerde seintjes. Dat heet een epileptische aanval.
Van links naar rechts Gerard, Jacob, Evelien, Steffie, Bram, Patrick, Ingeborg en Sander. Niet op de foto: Rob, Alexandra en Mandy.
Steffie werkt samen met deze ervaringsdeskundigen van Kempenhaeghe aan een nieuwe uitleg over epilepsie in makkelijke taal.
Zo zorgen we samen dat moeilijke informatie voor iedereen duidelijk en begrijpelijk wordt.
Er zijn verschillende soorten aanvallen. Soms valt iemand op de grond en gaat hij schokken met zijn armen en benen.
Soms staart iemand voor zich uit en reageert even nergens op. Een aanval duurt meestal maar een paar seconden of minuten.
Daarna voelt iemand zich vaak moe of in de war.
Een arts kan onderzoeken of iemand epilepsie heeft. De arts kijkt dan naar wat er gebeurt tijdens de aanvallen.
Soms wordt er ook een scan van de hersenen gemaakt. Of er worden plakkers op het hoofd geplakt om de hersenen te meten.
Epilepsie gaat meestal niet over, maar je kunt er wel iets aan doen. Er zijn medicijnen die de aanvallen minder maken of stoppen.
Soms helpt een speciale operatie of een dieet. Ook is het belangrijk om genoeg te slapen en niet te veel stress te hebben.
Epilepsie is soms spannend of moeilijk. Maar met goede hulp kunnen mensen met epilepsie gewoon naar school, werken of leuke dingen doen.
Carolijn vertelt hier over haar eigen ervaringen met epilepsie.