Als het mooi weer is, gaan veel mensen wandelen of fietsen. Dan is het fijn om in de natuur te zijn.
In bossen, parken en hoog gras kunnen teken zitten. Daarom is het goed om voorzichtig te zijn.
Een teek is een heel klein beestje. Hij lijkt een beetje op een spin.
Teken zitten vaak in hoog gras, struiken, lage planten en tussen bladeren. Ze springen niet uit bomen.
Een teek kan zich vastbijten in je huid. Hij drinkt dan een beetje bloed.
Sommige teken dragen een bacterie bij zich. Daardoor kun je de ziekte van Lyme krijgen. Niet elke teek is besmet.
Draag een lange broek als je door hoog gras loopt. Stop je broekspijpen in je sokken als je extra voorzichtig wilt zijn.
Ben je weer thuis? Controleer dan je hele lichaam. Kijk goed bij je oksels, liezen, knieholtes, nek, achter de oren en tussen je haren. Kijk ook je kleding na.
Zit er een teek vast? Haal hem dan zo snel mogelijk weg.
Gebruik een tekenpincet of een speciale tekenkaart. Trek de teek rustig recht uit de huid. Maak daarna de plek schoon met alcohol van 70% of met jodium.
Schrijf op wanneer je bent gebeten of maak een foto van de plek. Zo kun je later goed controleren of er iets verandert.
Krijg je een rode ring of een rode vlek die steeds groter wordt? Of krijg je koorts, spierpijn of gewrichtspijn in de weken na de beet?
Neem dan contact op met de huisarts. Die kan onderzoeken of je de ziekte van Lyme hebt en je zo nodig medicijnen geven.
Een teek kan heel klein zijn, soms niet groter dan een maanzaadje.
Hieronder kun je in een video zien hoe je jezelf controleert op teken.