Tim is een rustige man van 63 jaar. Hij vertelt over een nare tijd in zijn leven, toen hij verslaafd was aan gokken.
Ik zit bij een club waar ik leuke dingen mee doe. We zijn een keer naar een casino geweest. Dat was een hele gezellige avond. Na die avond was er een stem in mijn hoofd die zei dat ik meer moest gaan gokken. Ken je Hommerson? Daar ben ik toen naartoe gegaan.
Als ik aan het gokken was voelde ik me prettig. Ik zat in een soort bubbel. Ik lette dan niet op de tijd. En ook niet op hoeveel geld ik uitgaf.
Ik was vaak alleen thuis. Ik zocht contact. En in een gokhal had ik mensen om me heen.
Als ik won dan ging ik door. Het geld dat ik gewonnen had, was ik dan zo weer kwijt. Ik wist aan het einde van de avond niet meer hoeveel ik had gegokt. Ik kwam soms buiten, en dan merkte ik dat het veel later was dan ik dacht. Het kostte dus veel geld en veel tijd.
Als ik weer thuis was kreeg ik veel spijt. En dan voelde ik me heel ellendig.
Ja, ik durfde het niet aan andere mensen te vertellen. Ik had zo’n spijt als ik gegokt had. En ik schaamde me ervoor. Daarom hield ik het geheim.
Maar als je het niet vertelt, dan draag je het met je mee. Het is een last, die heel zwaar is. Ik heb daar meer dan een half jaar mee rondgelopen. Ik voelde me vaak ellendig in die tijd.
Ik had dat toen niet door. Ik zat in die bubbel. Ik pinde steeds een klein bedrag. Dat raakte ik snel kwijt, en dan ging ik nog een keer pinnen. En dan nog een keer, en nog een keer. Voor jezelf valt dan niet op hoeveel geld het eigenlijk is. Want het zijn steeds kleine bedragen. Maar als je het optelt is het heel veel geld. Ik haalde dat van mijn spaarrekening. Daardoor kon ik toen niet op vakantie, en geen leuke dingen doen. Want dat geld was weg.
Ik wilde graag stoppen, maar ik wist niet hoe ik het moest oplossen. Het geld was niet eens het ergste. Het ergste was het geheim dat ik bij me droeg.
Mijn moeder heeft het uiteindelijk ontdekt. Dat noem ik het instinct van een moeder. Ze vroeg aan me wat er was. Ze merkte dat er iets niet goed ging met mij.
Zij hielp me een keer met een betaling. Toen keken we samen naar mijn bankrekening. En toen viel haar op dat ik vaak had gepind bij Hommerson. Ik schrok dat ze het ontdekt had. Maar daardoor kon ik wel hulp krijgen.
Mijn zus kende iemand die me kon helpen. Ik heb een tijd gesprekken gehad met die man. Hij was heel aardig. Hij werkte bij een organisatie die hulp geeft bij verslaving. Want als je zoveel gokt, en je kunt jezelf niet helpen, dan ben je verslaafd aan gokken.
Een verslaving is als een draakje in je hoofd. Je krijgt een drang om te gokken. In het begin praat het draakje nog zacht. Als je te lang wacht, dan praat het draakje heel hard. Dan kun je alleen nog maar aan gokken denken. En dan helpt niks meer.
Ik heb geleerd om gelijk mijn moeder of mijn zus te bellen als ik drang kreeg om te gokken. Door het praten kon het draakje weggaan.
Ik heb ook geleerd dat het niet goed voor mij is als ik teveel alleen thuis zit. Ik heb nu meer activiteiten in mijn week. Ik maak elke week een praatje met mijn zus. En op een andere dag zie ik mijn moeder. Ik heb twee clubs voor gezellige dingen. En ik zit nu bij ABCDate. Ik ga graag naar de ABCDate avonden.
Dat is nu helemaal weg. Het gaat weer goed met mij. Ik merk nu wat een leuke dingen ik allemaal kan doen omdat ik niet meer gok. Ik kan op vakantie, en andere leuke dingen doen.
Mijn tip is praat met iemand die je vertrouwt. Daar moet je mee beginnen. Dat is niet makkelijk. Maar als je niks vertelt wordt het probleem groter. Als je het wel vertelt kun je hulp krijgen. En dan kan het helemaal goed komen.